
			LEESMIJ-bestand voor

	USB-driver en dlanconfig voor devolo dLAN; 

		getest onder SUSE-Linux en Debian-Linux met de Kernel-versies 2.4 en 2.6 

01.03.2005

--------------------------------------------------------------------------------

        Inhoud

        1.      Overzicht
        
	2.      Voorwaarden 
	  2.1	SUSE
	  2.2   Debian
	  2.3 	libpcap
	
	3. 	Installatie van de USB-driver (voor USB-verbinding)
		en de configuratiesoftware dlanconfig 	  	  
	  3.1	Decomprimeren van het gecomprimeerde tar-bestand
	  3.2	Installatie
	
	4.	dLAN duo
	  4.1 	Configuratie - eenmalige toepassing 
		(b.v. voor het testen van de installatie)
	  4.2   Configuratie onder SUSE-Linux - permanent installatie 
          4.3   Configuratie onder Debian-Linux - permanent installatie
	
	5. 	dlanconfig    
	  5.1	Paswoord wijzigen
	  5.2	Overzicht in het dLAN-netwerk

--------------------------------------------------------------------------------

1.      Overzicht

        Dit Leesmij-bestand bevat aanwijzingen voor de installatie van de USB-driver 
	alsook van de configuratiesoftware dlanconfig onder SUSE-Linux en Debian-Linux.

	Bovendien beschrijven we de configuratie van de adapters dLAN.
	De dLAN duo kan of via de Ethernet- of via de USB-poort worden
	aangesloten. Zijn beide aansluitingen genstalleerd, dan heeft de USB-verbinding
	voorrang.

	
	Uitvoerige informatie over Linux-bevelen krijgt u op de 'man-pages'. 
	Hiervoor voert u b.v. in: man ifconfig. 

	
--------------------------------------------------------------------------------
2.      Voorwaarden
	
	Controleer vooraf of uw systeem- resp. installatievoorwaarden optimaal zijn:


	2.1	SUSE


	SUSE-gebruikers kunnen met behulp van de software Yast de gewenste 
	systeemcomponenten instellen of de voorinstellingen controleren. Kies in het 
	SUSE-menu Systeem -> Yast en voer uw "root"-paswoord in. In het keuzevenster
	"Software installeren en verwijderen" kiest u de filter "Selections" en u ziet direct
	de keuze van de systeemcomponenten. Voor de installatie van de USB-driver en de 
	configuratiesoftware dlanconfig moeten de volgende systeemcomponenten gekozen zijn: 
   
		'C/C++ Compiler en tools'
		
		'Kernel ontwikkeling'	(voor de installatie van de USB-driver)


	2.2	Debian

	Debian-gebruikers hebben voor de installatie van de USB-driver de bijbehorende 
	kernel-header-xxx nodig, die vooraf nagenstalleerd moet worden. Zijn exacte benaming
	(b.v. kernel-headers-2.4.27) kunt u vinden door 'uname -a' in te voeren. Voor de 
	installatie van de kernel-header voert u daarna het volgende bevel in:

		apt-get install kernel-headers-xxx 

	De installatie achteraf gebeurt naargelang de configuratie vanop de cd of via het 
	internet, als u toegang hebt.


	2.3 	libpcap

	libpcap is een bibliotheek die door netwerk-snifferprogramma's gebruikt wordt.
	Deze bibliotheek stelt voor deze programma's een interface ter beschikking om 
	gegevenspakketten in netwerken te verwerken en te analyseren. Als u dergelijke
	programma's zelf wilt overbrengen of schrijven of de configuratiesoftware dlanconfig
	wilt gebruiken, dan hebt u deze bibliotheek nodig. 

	Onder SuSE-Linux is de actuele libpcab-bibliotheek standaard genstalleerd. 
	Toch dient u uw installatie te controleren.

	Debian-gebruikers moeten de libpcab-bibliotheek achteraf installeren. 
	Hiervoor voert u het volgende bevel in:
		
		apt-get install libpcap0.8-dev 

	De installatie achteraf gebeurt naargelang de configuratie vanop de cd of 
	via het internet, als u toegang hebt. 

	Aanwijzing: Het devolo-pakket bevat een brontekstversie van de libpcap-bibliotheek.	
	Als u een andere distributie gebruikt, waarin libpcap niet voorhanden is, moet 
	u deze brontekstversie gebruiken. 
	  
--------------------------------------------------------------------------------

3. 	Installatie van de USB-driver (voor USB-verbinding) en de 
	configuratiesoftware dlanconfig

	3.1 	Decomprimeren van het gecomprimeerde tar-bestand

	Met het volgende bevel decomprimeert u het gecomprimeerde tar-bestand op uw lokale 
	computer:
		
		tar xzvf dLAN-linux-package-1.2.tar.gz


	3.2	Installatie

	Na het decomprimeren gaat u naar de dlanconfig-subdirectory en zet de bewerking 
	naargelang de installatie voort:

	Er zijn drie installatiemogelijkheden:

		- alleen dLAN-configuratiesoftware dlanconfig
		- alleen USB-driver voor dLAN duo
		- dLAN-configuratiesoftware en USB-driver


	Als alleen de software dlanconfig genstalleerd moet worden:
			
		./configure 
	
		make cfgtool
	
		make install-cfgtool	(als root)
	

	Als alleen de USB-driver voor dLAN duo genstalleerd moet worden:

		./configure
	
		make usbdriver
	
		make install-usbdriver	(als root)


	Als dlanconfig en de USB-driver genstalleerd moeten worden:

		./configure
	
		make
	
		make install 		(als root)
	

	Aanwijzing: Opdat de USB-driver na elke herstart automatisch geladen zou worden, 
	voert u de volgende bevelen in:
		
		cd driver
	
		make installboot	(als root)

	
	Aanwijzing: Bij foutmeldingen resp. het afbreken van de installatie dient u te 
	controleren of uw systeem aan de voorwaarden voldoet. 
	 
--------------------------------------------------------------------------------
	
4.	dLAN duo

	De dLAN duo kan of via de Ethernet- of via de USB-poort worden
	aangesloten. Zijn beide aansluitingen genstalleerd, dan heeft de USB-verbinding
	voorrang.	

	Nadat u de USB-driver van devolo genstalleerd hebt, herkent uw computer elke 
	aangesloten dLAN duo-adapter als netwerkinterface. D.w.z. dat een 
	dLAN duo zoals elke andere interface, b.v. een ethernetpoort, gebruikt 
	moet worden. Door het bevel 'ifconfig -a' in te voeren, worden alle netwerkinterfaces 
	weergegeven. Elke dLAN duo-adapter heeft een ondubbelzinnige naam, die uit 
	'dlanusb' en een nummer (b.v. "0" voor het eerste toestel "1" voor het tweede etc.) 
	samengesteld is.

	Aanwijzing: Gelieve er rekening mee te houden dat het bevel 'ifconfig -a' alleen 
	als "root" uitvoerbaar is. 


	4.1 	Configuratie - eenmalige toepassing 
		(b.v. voor het testen van de installatie)

	Aanwijzing: Alle hier genoemde IP-adressen zijn voorbeelden.


	Nadat u met het bevel 'ifconfig -a' alle netwerkinterfaces weergegeven hebt, 
	zet u de configuratie voort; u voert b.v. het volgende in:


		ifconfig dlanusb0 198.168.0.1 netmask 255.255.255.0 up 

	
	Aanwijzing: Gelieve er rekening mee te houden dat het nieuw in te voeren IP-adres
	binnen uw netwerk nog niet voorhanden is en ervoor te zorgen dat het in uw bestaande
	IP-adreskring past! 


	4.2   	Configuratie onder SUSE-Linux - permanent installatie	

	Aanwijzing: Gelieve er rekening mee te houden dat deze procedure alleen als "root"
	uitvoerbaar is.

	Onder SUSE-Linux legt u voor de permanente installatie van de dLAN duo
	een tekstbestand aan waarin u de nodige informatie voor de adapter vastlegt. 
	Open een willekeurige teksteditor (b.v. edit, pico) en voer de volgende informatie 
	in:

	- als het IP-adres dynamisch gegeven wordt: 

		BOOTPROTO='dhcp'     
		STARTMODE='hotplug'  	

	Daarna slaat u het bestand met de ondubbelzinnige naam van de dLAN 
	duo-adapter als volgt op:

 	/etc/sysconfig/network/ifcfg-dlanusb0    
 
	
	- als het IP-adres statisch gegeven wordt:

		BOOTPROTO='static'
		STARTMODE='hotplug'
		IPADDR='192.168.0.1'
		NETMASK='255.255.255.0'

	Aanwijzing: Gelieve er rekening mee te houden dat het nieuw in te voeren IP-adres 
	binnen uw netwerk nog niet voorhanden is en ervoor te zorgen dat het in uw 
	bestaande IP-adreskring past!  
	
	Daarna slaat u het bestand met de ondubbelzinnige naam van de dLAN 
	duo-adapter als volgt op:
	
	/etc/sysconfig/network/ifcfg-dlanusb0  


	Om een gateway op te geven, legt u het bestand 

	/etc/sysconfig/network/ifroute-dlanusb0 aan en voert u het volgende in:


		default 192.168.0.253 - -  
 
	
	Aanwijzing: Gelieve ervoor te zorgen dat het IP-adres met het adres van de 
	gateway overeenkomt. In de regel is de router in het netwerk de gateway.

	

	Om de DNS-server vast te leggen, bewerkt u het bestand /etc/resolv.conf als volgt:	

	
		nameserver 192.168.0.253 (IP-adres komt overeen met de DNS-server)


	Aanwijzing: Gelieve ervoor te zorgen dat het IP-adres met het adres van de 
	DNS-server overeenkomt. In de regel is de router in het netwerk de DNS-server.


 	
	Aanwijzing: Een dLAN duo-adapter is niet grafisch - via Yast - 
	configureerbaar. 

  
	4.3   	Configuratie onder Debian-Linux - permanent installatie	

	Aanwijzing: Gelieve er rekening mee te houden dat deze procedure alleen
	als "root" uitvoerbaar is. 

	Onder Debian-Linux vult u het voorhanden bestand '/etc/interfaces' 
	met de volgende informatie aan:

	- als het IP-adres dynamisch gegeven wordt: 

		auto dlanusb0		
		iface dlanusb0 inet dhcp


	- als het IP-adres statisch gegeven wordt:

		auto dlanusb0	
 		iface dlanusb0 inet static
		address 192.168.0.1
      		netmask 255.255.255.0
      		gateway 192.168.0.253	(alleen bij internettoegang nodig)  


	Voor een correcte naamresolutie (DNS) moet bijkomend nog het bestand 
	'/etc/resolv.conf' bewerkt worden. Voer in dit bestand het IP-adres van de 
	DNS-server in, b.v. 


		nameserver 192.168.0.253	(alleen bij internettoegang nodig)


	Aanwijzing: Gelieve ervoor te zorgen dat het IP-adres met het adres van de 
	DNS-server overeenkomt. In de regel is de router in het netwerk de DNS-server.

	
	
	Aanwijzing: Gelieve er rekening mee te houden dat het bij meerdere actieve 
	netwerkinterfaces tot DNS- resp. routingproblemen kan komen. Daarom raden we 
	aan om het geven van het IP-adres via DHCP te regelen, zodat DNS en gateway 
	automatisch aangepast worden.

--------------------------------------------------------------------------------

5. 	dlanconfig

	Aanwijzing: Gelieve er rekening mee te houden dat de volgende procedure alleen 
	als "root" uitvoerbaar is.

	Door 'dlanconfig' in te voeren, kunt u een HomePlug-netwerk configureren. 
	Om b.v. uw eerste lokale dLAN-adapter (dlanusb0) aan uw netwerk toe te voegen,
	voert u het volgende in:  

		/usr/local/sbin/dlanconfig dlanusb0

	Aanwijzing: Is er een lokale dLAN-adapter via Ethernet aangesloten, dan wordt 
	dlanconfig met de naam van de betreffende netwerkkaart gestart, d.w.z. dat 
	als er een dLAN-adapter op de eerste netwerkkaart aangesloten is, dan luidt 
	de invoer:

		 /usr/local/sbin/dlanconfig eth0
	
	Met behulp van een menu kunt u het netwerkwachtwoord voor het lokale of de 
	dLAN-toestellen op afstand bepalen. Bovendien hebt u een overzicht van alle 
	in uw netwerk genstalleerde dLAN-toestellen.  

	5.1	Paswoord wijzigen

	Het HomePlug-paswoord van de lokale dLAN-adapter wijzigt u door in het menu de 
	optie 'Set local network password' te kiezen en het nieuwe netwerkpaswoord in te 
	voeren.Daarna krijgt u een korte mededeling of de wijziging van het paswoord 
	foutloos uitgevoerd werd.
	
	Het HomePlug-paswoord van een dLAN-adapter op afstand wijzigt u door in het menu de
	optie 'Set remote network password' te kiezen. Voer het nieuwe netwerkpaswoord en 
	de Security ID van de dLAN-adapter op afstand in. U vindt de Security ID van elke 
	dLAN-adapter aan de achterkant ervan. Let bij het invoeren van de Security ID 
	(XXXX-XXXX-XXXX-XXXX) bovendien op hoofd- en kleine letters. Daarna krijgt u een 
	korte mededeling of de wijziging van het paswoord foutloos uitgevoerd werd.

	5.2	Overzicht in het dLAN-netwerk

	U krijgt een overzicht van alle in uw dLAN-netwerk voorhanden dLAN-adapters op 
	afstand door in het menu de optie 'List remote devices' te kiezen. dlanconfig geeft
	bovendien de verbindingssnelheden tussen de lokale en de dLAN-toestellen op afstand
	weer. Een met * aangeduide dLAN-adapter op afstand betekent dat de 
	verbindingssnelheid niet geactualiseerd werd.

--------------------------------------------------------------------------------

